ECLI:NL:CRVB:2007:AZ7052
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- Rechtspraak.nl
Vernietiging van WAO-uitkeringsbesluit wegens onzorgvuldige CBBS-toepassing
Appellant, een voormalig elektromonteur, viel in 1998 uit wegens fysieke en later ook psychische klachten. Vanaf 1999 ontving hij een WAO-uitkering van 80-100% arbeidsongeschiktheid. Het UWV trok deze uitkering in 2003 in, gebaseerd op een medisch onderzoek en een arbeidskundige beoordeling met het Claim Beoordelings- en Borgingssysteem (CBBS).
Appellant maakte bezwaar en ging in beroep tegen dit besluit, waarbij hij stelde dat onvoldoende rekening was gehouden met medische informatie van zijn fysiotherapeut en orthopedisch chirurg. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarbij zij de medische rapporten van verzekeringsartsen leidend achtte.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het bestreden besluit onzorgvuldig tot stand was gekomen omdat de arbeidskundige CBBS-toepassing niet voldoende was gemotiveerd, wat strijdig is met artikel 7:12 Awb Pro. Desondanks liet de Raad de rechtsgevolgen van het besluit in stand op grond van artikel 8:72 Awb Pro. Het UWV werd veroordeeld tot betaling van proceskosten aan appellant.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd wegens onzorgvuldige CBBS-toepassing, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.