ECLI:NL:CRVB:2007:AZ7057
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering ziekengeld ondanks vernietiging besluit wegens onvoldoende medische rapportage
Appellante heeft bij het UWV ziekengeld aangevraagd, dat met ingang van 19 mei 2003 werd geweigerd. De rechtbank vernietigde dit besluit omdat niet was aangetoond dat de verzekeringsarts de huisartsinformatie had meegewogen, maar liet de rechtsgevolgen van het besluit in stand. De Centrale Raad van Beroep bevestigt deze beslissing.
Appellante kampte sinds april 2002 met ernstige psychische klachten als gevolg van mishandelingen door haar ex-man en zoon. Deze klachten leidden tot uitval bij haar werkgever en opname in een herstellingsoord. De Raad stelt vast dat appellante bij aanvang van de verzekering al in een kwetsbare gezondheidstoestand verkeerde, waardoor uitval binnen een half jaar te verwachten was.
De Raad oordeelt dat het UWV terecht gebruik heeft gemaakt van de bevoegdheid om ziekengeld te weigeren op grond van artikel 44 Ziektewet Pro. De procedurele tekortkoming in de medische rapportage leidt niet tot vernietiging van de rechtsgevolgen, omdat de feiten en omstandigheden de weigering rechtvaardigen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van ziekengeld ondanks vernietiging van het besluit wegens procedurele tekortkomingen.