ECLI:NL:CRVB:2007:AZ7061
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- B.J. van der Net
- G. van der Wiel
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- Rechtspraak.nl
Bevestiging hoofdelijke aansprakelijkheid bestuurder voor onbetaalde premies wegens kennelijk onbehoorlijk bestuur
Appellant was bestuurder van een vennootschap die tussen 1994 en 2000 een bedrag van €155.495,17 aan premies werknemersverzekeringen niet betaalde. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) stelde appellant hoofdelijk aansprakelijk op grond van artikel 16d van de Coördinatiewet Sociale Verzekering (CSV) wegens kennelijk onbehoorlijk bestuur.
De rechtbank verklaarde het bezwaar van appellant tegen deze aansprakelijkstelling ongegrond, waarbij werd gewezen op omvangrijke privé-onttrekkingen, het ontbreken van jaarstukken sinds 1992 en het niet meewerken aan looncontrole. Appellant voerde in hoger beroep aan dat er geen sprake was van privé-onttrekkingen, maar van terugbetalingen van voorgeschoten bedragen, en dat het grootste deel van de opbrengst van een filiaal ten goede was gekomen aan de vennootschap.
De Raad oordeelde dat het Uwv terecht mocht afgaan op de curatorverslagen en dat appellant onvoldoende concrete en verifieerbare gegevens had aangeleverd ter onderbouwing van zijn stellingen. Ondanks pogingen vanaf medio 1999 om het tij te keren, was er sprake van kennelijk onbehoorlijk bestuur in de drie jaren voorafgaand aan het faillissement. Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de hoofdelijke aansprakelijkheid van appellant wordt bevestigd.