ECLI:NL:CRVB:2007:AZ7164
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van afwijzing bezwaar tegen WAO-uitkering na nek- en rugklachten
Appellant, werkzaam als heftruckchauffeur/magazijnmedewerker, viel op 16 september 2002 uit wegens nek- en rugklachten. Na een medisch onderzoek door verzekeringsarts E. Klerkx-Maassen werd een Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) vastgesteld die appellant beperkte tot licht fysiek werk met afwisselende houdingen. Op basis hiervan selecteerde arbeidsdeskundige G.W. Uijen de Kleijn passende functies en stelde een arbeidsongeschiktheidspercentage van 52,6% vast.
Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) kende appellant per 15 september 2003 een WAO-uitkering toe in de klasse 45 tot 55%. Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, stellende dat de FML onvoldoende rekening hield met zijn klachten en dat hij de geselecteerde functies niet kon vervullen. De rechtbank Arnhem verklaarde het beroep ongegrond, waarbij zij het medisch en arbeidskundig oordeel onderschreef.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn grieven, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de arbeidsdeskundige de overschrijdingen van de functies voldoende had gemotiveerd en dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd. Er was geen aanleiding het bestreden besluit te vernietigen. De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit tot toekenning van een WAO-uitkering van 45-55% aan appellant.