ECLI:NL:CRVB:2007:AZ7167
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van beslissing UWV over mate van arbeidsongeschiktheid na zorgvuldige medische beoordeling
Appellant stelde in hoger beroep dat de medische onderzoeken onvoldoende waren gericht op zijn rugklachten en pijn in de benen, en dat dit aanleiding had moeten geven tot een onafhankelijk deskundigenonderzoek. Hij betoogde dat hij daardoor niet in staat zou zijn loonvormende arbeid te verrichten.
De Raad hechtte doorslaggevende waarde aan de rapportages van de verzekeringsartsen en oordeelde dat het onderzoek in zowel de primaire fase als in bezwaar zorgvuldig en weloverwogen was uitgevoerd. Er was geen medische informatie overgelegd die het standpunt van appellant ondersteunde dat de medische oordeelsvorming onjuist was.
De Raad zag dan ook geen reden om een deskundige in te schakelen en achtte de vastgestelde belastbaarheid juist. Ook was er geen grond om aan te nemen dat de voor appellant geschikte functies medisch ongeschikt zouden zijn. De aangevallen uitspraak werd daarom bevestigd en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit van het UWV dat appellant voor 15 tot 25% arbeidsongeschikt is verklaard.