ECLI:NL:CRVB:2007:AZ7174
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep wegens termijnoverschrijding ongegrond verklaard
Appellante had hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam, maar dit hoger beroep werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het niet binnen de wettelijke termijn van zes weken na bekendmaking van de uitspraak was ingediend.
Appellante deed vervolgens verzet tegen deze beslissing. Tijdens de zitting verscheen appellante bij gemachtigde, terwijl het UWV zich niet liet vertegenwoordigen. De Raad heeft het verzet inhoudelijk beoordeeld en geen aanleiding gevonden om het eerdere oordeel te wijzigen.
De Raad overwoog dat de wettelijke termijn van zes weken strikt is en dat de stempels op de enveloppen van het beroepschrift niet overeenkomen met de door de gemachtigde gestelde verzenddata. Er is geen reden om het verzuim van appellante niet tegen haar te mogen aanvoeren.
Daarom werd het verzet ongegrond verklaard en zijn er geen proceskosten opgelegd. De uitspraak werd gedaan door G. van der Wiel, in aanwezigheid van griffier D. Olthof.
Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep wegens termijnoverschrijding is ongegrond verklaard.