ECLI:NL:CRVB:2007:AZ7176
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verzekeringsplicht vlieginstructeur in dienstbetrekking bij vliegschool
Appellante, een organisatie actief in de luchtvaartsector, betwistte de verzekeringsplicht voor haar vlieginstructeur, betrokkene. Het UWV had vastgesteld dat betrokkene in een arbeidsverhouding werkzaam was, wat verzekeringsplicht voor werknemersverzekeringen tot gevolg had. De rechtbank oordeelde dat sprake was van een privaatrechtelijke dienstbetrekking, gezien de aanwezigheid van een gezagsrelatie, persoonlijke dienstverrichting en loonbetaling.
In hoger beroep voerde appellante onder meer aan dat een belastingcontrole in 2005 haar correcte handelen bevestigde, maar deze stelling werd niet voldoende onderbouwd en de Raad nam de stukken slechts beperkt in overweging. De Raad concludeerde dat de drie essentiële kenmerken van een dienstbetrekking aanwezig zijn: aanwijzingen en instructies kunnen worden gegeven binnen het organisatorisch kader van appellante, betrokkene verrichtte de werkzaamheden persoonlijk en het uurtarief wordt als loon beschouwd.
De Raad verwierp het verweer dat er sprake zou zijn van bemiddeling of een minder professionele organisatie. De bedoeling van partijen was niet doorslaggevend, aangezien verzekeringsplicht van rechtswege ontstaat. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak van de rechtbank Zutphen werd bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en de verzekeringsplicht wordt bevestigd.