ECLI:NL:CRVB:2007:AZ7178
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van WAO-uitkering met arbeidsongeschiktheidspercentage 25-35%
Appellant, werkzaam in de tuinbouw, viel op 15 maart 2002 uit wegens rug-, linkerbeen- en maagklachten. Het UWV kende hem op 14 maart 2003 een WAO-uitkering toe, berekend op een arbeidsongeschiktheidspercentage van 25 tot 35%. Appellant maakte bezwaar tegen deze beoordeling, maar het bezwaar werd afgewezen.
In hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep werd het besluit van het UWV getoetst. De Raad oordeelde dat de medische beoordeling door verzekeringsarts Janssen, ondersteund door informatie van behandelend specialisten, niet was overschat. Ook de bezwaarverzekeringsarts Jeensma vond geen aanleiding om de beperkingen te vergroten. De grief van appellant over onvoldoende onderzoek naar zijn klachten faalde wegens gebrek aan objectieve medische onderbouwing.
De Raad stelde vast dat de functies die het UWV als passend had aangemerkt terecht waren en dat de indeling in de arbeidsongeschiktheidsklasse 25 tot 35% correct was. De aangevallen uitspraak van de rechtbank Rotterdam werd bevestigd en er was geen grond voor toepassing van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit van het UWV tot toekenning van een WAO-uitkering met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 25 tot 35%.