ECLI:NL:CRVB:2007:AZ7179
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vaststelling opzet of grove schuld bij onjuiste loonopgave door werkgever
De zaak betreft een hoger beroep van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam die het beroep van betrokkene tegen opgelegde boetenota's gegrond had verklaard. De boetenota's hadden betrekking op onjuist opgegeven loonbetalingen over de premiejaren 1998 tot en met 2001.
Betrokkene stelde dat sprake was van een pleitbaar standpunt omdat de Belastingdienst in 1997 bij een controle geen opmerkingen had gemaakt over de verzekeringsplicht van de betrokken makelaars. De rechtbank had dit standpunt onvoldoende weerlegd en vernietigde het bestreden besluit van het UWV.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat een werkgever zich bewust moet zijn van de loonopgaven die hij moet doen en bij twijfel informatie moet inwinnen bij het UWV. Omdat betrokkene geen informatie heeft ingewonnen en een onjuiste loonopgave heeft gedaan, moet worden uitgegaan van opzet of grove schuld. Het standpunt van de Belastingdienst bindt het UWV niet, zodat geen sprake is van een pleitbaar standpunt.
De Raad vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep van betrokkene ongegrond. Er is geen aanleiding om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
Uitkomst: Het beroep van betrokkene wordt ongegrond verklaard wegens opzet of grove schuld bij onjuiste loonopgave.