ECLI:NL:CRVB:2007:AZ7183
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking arbeidsongeschiktheidsuitkering wegens afgenomen arbeidsongeschiktheid
Appellante ging in hoger beroep tegen het besluit van het UWV tot intrekking van haar arbeidsongeschiktheidsuitkering per 21 februari 2003, omdat haar arbeidsongeschiktheid was afgenomen tot minder dan 15%. De rechtbank Rotterdam had het beroep van appellante ongegrond verklaard en de intrekking bevestigd.
In hoger beroep herhaalde appellante haar bezwaren over het medisch onderzoek, waaronder het ontbreken van een onafhankelijke deskundige en de onvoldoende zorgvuldige beoordeling van haar klachten. Zij kondigde een medische expertise aan ter ondersteuning van haar standpunt.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het onderzoek door de verzekeringsartsen zorgvuldig en weloverwogen was uitgevoerd, gebaseerd op anamnese, onderzoek, informatie van behandelaars en psychiatrische expertise. Er waren geen aanwijzingen voor een ondeugdelijk medisch oordeel. Ook de arbeidskundige beoordeling van de functies die appellante nog zou kunnen vervullen, was op goede gronden gebaseerd.
Daarom bevestigde de Raad de uitspraak van de rechtbank en het besluit van het UWV tot intrekking van de uitkering. Er waren geen gronden om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de arbeidsongeschiktheidsuitkering wegens afgenomen arbeidsongeschiktheid.