ECLI:NL:CRVB:2007:AZ7187
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- Rechtspraak.nl
Beoordeling arbeidsongeschiktheid en psychische klachten in WAO-uitkeringszaak
Appellant is als gevolg van een ongeval in november 2000 arbeidsongeschikt geraakt met gehoor- en duizeligheidsklachten en daarnaast psychische klachten. Het UWV heeft aanvankelijk de WAO-uitkering geweigerd wegens een arbeidsongeschiktheid van minder dan 15%, maar na bezwaar is een gedeeltelijke toekenning van 25-35% vastgesteld. Later is de uitkering ingetrokken en vervolgens herzien naar 15-25% arbeidsongeschiktheid.
Appellant voerde aan dat zijn psychische klachten van dien aard zijn dat hij niet meer duurzaam loonvormende arbeid kan verrichten, onderbouwd met een psychiatrisch rapport. De rechtbanken hebben echter geoordeeld dat het UWV bij de vaststelling van de arbeidsongeschiktheid ook de psychische beperkingen voldoende heeft betrokken.
De Raad heeft het psychiatrisch rapport en andere medische gegevens beoordeeld en concludeert dat er geen objectieve aanwijzingen zijn dat de psychische beperkingen zodanig ernstig zijn dat appellant volledig arbeidsongeschikt is. De beperkingen zijn in de belastbaarheidspatronen adequaat verwerkt. Het hoger beroep wordt daarom ongegrond verklaard en de bestreden besluiten blijven in stand.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de bestreden besluiten blijven in stand.