ECLI:NL:CRVB:2007:AZ7276
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- R.C. Stam
- J. Riphagen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante ontvangt sinds 1984 een WAO-uitkering wegens een arbeidsongeschiktheid van 80-100%, aangepast vanwege parttime werk. Na ziekmelding in 1999 wegens psychische klachten werd haar uitkering volledig uitbetaald. In 2002 vond een herbeoordeling plaats waarbij een verzekeringsarts en een zenuwarts haar psychische situatie onderzochten. Hoewel psychische klachten aanwezig waren, werd geconcludeerd dat appellante belastbaar bleef voor arbeid met aangepaste omstandigheden.
Een arbeidsdeskundige stelde geschikte functies vast waarbij het verlies aan verdiensten minder dan 15% bedroeg. Op basis hiervan trok het UWV per 27 november 2003 de WAO-uitkering in. Appellante maakte bezwaar en stelde beroep in, maar zowel het UWV als de rechtbank verklaarden het bezwaar en beroep ongegrond. De rechtbank vond de medische onderbouwing voldoende en achtte de beperkingen niet onderschat.
In hoger beroep voerde appellante aan dat het rapport van de zenuwarts inconsistent was omdat wel klachten werden vermeld maar geen beperkingen. De Raad concludeerde dat de arbeidskundige beoordeling juist was en dat de functies passend waren bij haar belastbaarheid. Er was geen aanleiding om het bestreden besluit te vernietigen of proceskosten toe te kennen. De Raad bevestigde de uitspraak en de intrekking van de WAO-uitkering.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering van appellante wordt bevestigd wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid.