ECLI:NL:CRVB:2007:AZ7301
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.J.H. Doornewaard
- I.M.J. Hilhorst - Hagen
- N.H.A. Kwaasteniet
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering na toepassing CBBS en arbeidskundige beoordeling
Appellant, voormalig juridisch adviseur, viel in maart 2000 uit wegens psychische klachten en kreeg een WAO-uitkering toegekend met een mate van arbeidsongeschiktheid tussen 55-65% die later werd herzien naar 65-80%. Na intrekking per november 2002 werd de uitkering op bezwaar in januari 2004 hersteld en vervolgens in maart 2004 opnieuw vastgesteld op 55-65%.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant gegrond en vernietigde het besluit van 30 januari 2004, maar liet de rechtsgevolgen daarvan in stand. De rechtbank oordeelde dat het UWV terecht het Claim Beoordelings- en BorgingsSysteem (CBBS) gebruikte in plaats van het FunctieInformatieSysteem (FIS) en dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd.
In hoger beroep stelde appellant dat het UWV een onjuist maatmaninkomen hanteerde, dat het FIS had moeten worden toegepast en dat functies ten onrechte waren gehandhaafd of laten vallen, wat tot een onjuiste vaststelling van de arbeidsongeschiktheid zou leiden. De Raad volgde appellant niet en bevestigde het oordeel van de rechtbank dat het CBBS rechtens aanvaardbaar is en dat de arbeidskundige onderbouwing voldoende is. Betalings- en verrekeningsperikelen vallen buiten het geding.
De Raad concludeert dat het UWV de WAO-uitkering terecht heeft herzien en dat er geen sprake is van onthouding van uitkering over de periode november 2002 tot maart 2004. Het hoger beroep faalt en de aangevallen uitspraak wordt bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de uitspraak van de rechtbank en wijst het hoger beroep af.