ECLI:NL:CRVB:2007:AZ7567
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken beroepsgronden in WAO-zaak
De Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Almelo in een WAO-zaak. Volgens artikel 6:5 van Pro de Algemene wet bestuursrecht moet het beroepschrift de gronden van het beroep bevatten. Het beroepschrift van appellant bevatte deze gronden niet.
De appellant werd bij brief van 10 november 2006 in de gelegenheid gesteld dit te herstellen binnen vier weken, maar liet deze termijn voorbijgaan. Vervolgens werd bij aangetekende brief van 11 december 2006 opnieuw een termijn van vier weken gesteld met de waarschuwing dat overschrijding tot niet-ontvankelijkheid kan leiden. Ook deze termijn werd niet benut.
De Raad oordeelde dat er geen redenen waren die het verzuim konden verontschuldigen en verklaarde het hoger beroep kennelijk niet-ontvankelijk zonder inhoudelijke behandeling. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door K.J.S. Spaas, in aanwezigheid van griffier C. Tersteeg, op 30 januari 2007.
Uitkomst: Het hoger beroep van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van beroepsgronden en het niet herstellen hiervan binnen de gestelde termijnen.