ECLI:NL:CRVB:2007:AZ7567

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
30 januari 2007
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
06-6334 WAO
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • K.J.S. Spaas
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:5 AwbArt. 8:54 AwbArt. 21 Beroepswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken beroepsgronden in WAO-zaak

De Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Almelo in een WAO-zaak. Volgens artikel 6:5 van Pro de Algemene wet bestuursrecht moet het beroepschrift de gronden van het beroep bevatten. Het beroepschrift van appellant bevatte deze gronden niet.

De appellant werd bij brief van 10 november 2006 in de gelegenheid gesteld dit te herstellen binnen vier weken, maar liet deze termijn voorbijgaan. Vervolgens werd bij aangetekende brief van 11 december 2006 opnieuw een termijn van vier weken gesteld met de waarschuwing dat overschrijding tot niet-ontvankelijkheid kan leiden. Ook deze termijn werd niet benut.

De Raad oordeelde dat er geen redenen waren die het verzuim konden verontschuldigen en verklaarde het hoger beroep kennelijk niet-ontvankelijk zonder inhoudelijke behandeling. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door K.J.S. Spaas, in aanwezigheid van griffier C. Tersteeg, op 30 januari 2007.

Uitkomst: Het hoger beroep van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van beroepsgronden en het niet herstellen hiervan binnen de gestelde termijnen.

Uitspraak

06/6334 WAO
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
als bedoeld in artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet in verband met het hoger beroep van:
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, (hierna: appellant),
tegen de uitspraak van de rechtbank Almelo van 25 september 2006, 05/734 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
[betrokkene], wonende te [woonplaats] (hierna: betrokkene)
en
appellant.
Datum uitspraak: 30 januari 2007
I. PROCESVERLOOP
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen de aangevallen uitspraak.
II. OVERWEGINGEN
In artikel 6:5, eerste lid, aanhef en onder d, van de Algemene wet bestuursrecht is bepaald dat het beroepschrift de gronden van het beroep dient te bevatten. Ingevolge artikel 21 van Pro de Beroepswet is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.
Het ingediende beroepschrift bevat echter geen gronden.
Bij brief van 10 november 2006 is appellant in de gelegenheid gesteld dit verzuim binnen vier weken te herstellen.
Appellant heeft deze termijn ongebruikt voorbij laten gaan.
Bij aangetekende brief van 11 december 2006 is aan appellant nogmaals de gelegenheid geboden de beroepsgronden in te dienen. Daarbij is een termijn van vier weken gesteld en is erop gewezen dat overschrijding van die termijn tot niet-ontvankelijkverklaring van het beroep kan leiden.
Appellant heeft ook die termijn ongebruikt voorbij laten gaan.
Nu niet is gebleken van redenen die een verontschuldiging vormen voor dit verzuim, acht de Raad het hoger beroep kennelijk niet-ontvankelijk, zodat zonder verder onderzoek kan worden beslist.
Voor een proceskostenveroordeling ziet de Raad geen aanleiding.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk;
Bepaalt dat van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen een griffierecht van
€ 422,- wordt geheven.
Deze uitspraak is gedaan door K.J.S. Spaas. De beslissing is, in tegenwoordigheid van
C. Tersteeg als griffier, uitgesproken in het openbaar op 30 januari 2007.
(get.) K.J.S. Spaas.
(get.) C. Tersteeg.
Tegen deze uitspraak kunnen partijen en (andere) belanghebbenden binnen zes weken na de verzending van het afschrift van deze uitspraak schriftelijk verzet doen bij de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA UTRECHT. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld te worden gehoord.