ECLI:NL:CRVB:2007:AZ7585
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- H.R. Geerling-Brouwer
- G.L.M.J. Stevens
- C.G. Kasdorp
- Rechtspraak.nl
Beoordeling terugvordering te hoog vastgestelde WUV-uitkering wegens inkomsten uit Oorlogsongevallenregeling
Appellante, een vervolgde en uitkeringsgerechtigde ingevolge de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945 (WUV), maakte bezwaar tegen de terugvordering van een bedrag van €4.869,92 dat zij volgens verweerster te veel had ontvangen over het jaar 2004. Dit bedrag werd teruggevorderd omdat bij de voorlopige berekening van haar WUV-uitkering de inkomsten uit de Algemene oorlogsongevallenregeling (AOR) niet waren meegenomen.
De Raad stelde vast dat de definitieve vaststelling van de uitkering over 2004 conform artikel 59a van de Wet had plaatsgevonden, waarna de terugvordering van het teveel betaalde bedrag wettelijk verplicht was. Appellante voerde aan dat zij van het uitvoeringsorgaan van de AOR had begrepen dat er geen problemen zouden ontstaan bij de samenloop van de AOR-uitkering en de WUV-uitkering, maar dit werd door de Raad niet relevant geacht.
De Raad oordeelde dat de wettelijke verplichtingen van het uitvoeringsorgaan van de WUV niet worden beïnvloed door mededelingen van het AOR-uitvoeringsorgaan. Ook andere aangevoerde berekeningsbeschikkingen betroffen een ander onderwerp en vielen buiten het bestreden besluit. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen vergoeding van proceskosten toegekend.
Uitkomst: Het beroep van appellante tegen de terugvordering van de te hoog vastgestelde WUV-uitkering wordt ongegrond verklaard.