ECLI:NL:CRVB:2007:AZ7591
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- H.R. Geerling-Brouwer
- G.L.M.J. Stevens
- C.G. Kasdorp
- Rechtspraak.nl
Afwijzing WUBO-uitkering wegens onvoldoende bewijs verblijf in Kloosterkamp periode oktober 1945
Appellante, geboren in juni 1932 te Kotaradja in het voormalige Nederlands-Indië, heeft in april 2005 een aanvraag ingediend voor een toeslag en uitkering op grond van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945 (WUBO). Zij baseerde haar aanvraag op gezondheidsklachten die zouden voortkomen uit haar verblijf in het Kloosterkamp te Bogor tijdens de oorlog en direct daarna.
Verweerster heeft de aanvraag afgewezen omdat niet is komen vast te staan dat appellante zich in de cruciale periode van 14 tot 18 oktober 1945 in het Kloosterkamp bevond, de korte periode waarin het kamp de status van extremistenkamp had. Appellante bracht diverse getuigenverklaringen in, maar deze boden geen sluitend bewijs voor haar verblijf in die specifieke week.
De Raad overwoog dat de getuigenverklaringen onvoldoende concreet waren en dat ook uit de eigen verklaring van appellante en die van haar zuster kan worden afgeleid dat het verblijf pas na oktober 1945 plaatsvond. Het verzoek om aanvullende getuigen te horen en sociale rapportages in te zien werd afgewezen wegens onvoldoende gronden en te late indiening.
Gelet op het voorgaande kon het beroep niet slagen en werd het bestreden besluit gehandhaafd. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 11 januari 2007.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende bewijs van verblijf in het Kloosterkamp in de relevante periode.