ECLI:NL:CRVB:2007:AZ7618
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering arbeidsongeschiktheidsuitkering WAO na beroep
Appellante ging in hoger beroep tegen het besluit van het UWV om haar geen arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de WAO toe te kennen. Het UWV had vastgesteld dat zij door ziekte of gebrek niet in staat was haar eigen arbeid als steksteekster te verrichten, maar wel gangbare arbeid kon verrichten tegen een loon gelijk aan haar maatvrouwloon.
De rechtbank had het beroep van appellante gegrond verklaard, maar de rechtsgevolgen van het UWV-besluit in stand gelaten. Appellante stelde in hoger beroep dat haar beperkingen door het UWV waren onderschat. De Raad oordeelde dat appellante geen medische gegevens had overgelegd ter onderbouwing van haar stelling en dat de door haar psycholoog verstrekte informatie reeds was betrokken bij de beoordeling door de verzekeringsarts.
De Raad zag geen aanleiding om een deskundige te raadplegen en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De beslissing werd in het openbaar uitgesproken op 19 januari 2007.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit van het UWV om appellante geen WAO-uitkering toe te kennen.