“1. Eiser is als machinist werkzaam geweest bij [werkgeefster] te Antwerpen. Per 1 januari 2003 is deze arbeidsovereenkomst beëindigd.
2. In verband met dit ontslag heeft verweerder aan eiser bij besluit van 8 januari 2003 per 1 januari 2003 een uitkering ingevolge de Werkloosheidswet (WW) toegekend waarbij het WW-dagloon is vastgesteld op € 147,71. Het bedrag is samengesteld uit € 136,77 (basisloon) en € 10,94 (vakantietoeslag). Bij de berekening is uitgegaan van een basisloon van € 2974,72 per maand.
3. Eiser heeft tegen genoemd besluit bezwaar gemaakt waarbij hij onder meer heeft aangevoerd dat verweerder bij de berekening van het dagloon van een te laag basisloon per maand is uitgegaan.
4. Bij besluit op bezwaar van 14 maart 2003 heeft verweerder het besluit van 8 januari 2003 gehandhaafd onder aanpassing van het WW-dagloon op € 155,16. Het bedrag is samengesteld uit € 136,77 (basisloon), € 9,30 (vakantietoeslag) en € 9,09 (dertiende maand). Bij de berekening is wederom uitgegaan van een basisloon van € 2974,72.
5. Eiser heeft tegen dit besluit op bezwaar verder geen rechtsmiddelen aangewend.
6. Eiser heeft bij brief van 23 juli 2003 wel verzocht om een herberekening, omdat verweerder volgens eiser ten onrechte geen rekening zou hebben gehouden met het per 1 juli 2003 gewijzigde beleid op grond waarvan het dagloon van een grensarbeider dient te worden berekend alsof er over de vakantieperiode loon wordt betaald.
7. Dit verzoek van eiser heeft geleid tot een herberekening van de vakantietoeslag. Bij besluit van 11 augustus 2003 heeft verweerder vervolgens het WW-dagloon nader vastgesteld op € 158,13. Het bedrag is samengesteld uit € 136,77 (basisloon), € 12,27 (vakantietoeslag) en € 9,09 (dertiende maand). Het bezwaar van eiser tegen dit besluit is met de besluiten op bezwaar van 18 december 2003 en 29 december 2003 ongegrond verklaard.
8. Tegen deze besluiten heeft eiser beroep ingesteld.
De rechtbank heeft dit beroep op 20 juli 2004 niet-ontvankelijk verklaard voor zover dit was gericht tegen het door verweerder gehanteerde basisloon van
€ 2974,72 per maand en voor het overige gegrond verklaard.
De rechtbank heeft dit beroep deels niet-ontvankelijk verklaard omdat, nu eiser geen rechtsmiddelen heeft aangewend tegen het besluit op bezwaar van 14 maart 2003, in rechte vaststaat dat aan het WW-dagloon van eiser een basisloon van € 2974,72 ten grondslag ligt.
9. Op 4 november 2004 heeft verweerder een nieuw besluit op bezwaar (het thans bestreden besluit) genomen waarbij verweerder het dagloon wederom heeft vastgesteld op € 158,13, alhoewel na herberekening is gebleken dat eiser recht heeft op een dagloon van € 157,93. Laatstgenoemd bedrag is samengesteld uit € 136,77 (basisloon), € 12.08 (vakantietoeslag) en € 9,08 (dertiende maand).
10. Eiser kan zich met dit besluit niet verenigen.
11. De rechtbank overweegt als volgt.
12. De rechtbank leidt uit het beroepschrift van eiser af dat eisers enige grief is dat - omdat het totale loon over 2002 € 44.752,98 heeft bedragen - van een te laag basisloon per dag is uitgegaan. Volgens eiser dient dit basisloon (inclusief 13e maand) te worden vastgesteld op € 171,47.
13. Zoals de rechtbank reeds in haar uitspraak van 20 juli 2004 heeft overwogen staat in rechte vast dat het WW-dagloon is gebaseerd op een basisloon per maand ad € 2974,72. Met dit oordeel staat behalve het basisloon per maand ook het basisloon per dag van € 136,77 in rechte vast.
Hiertegen kan derhalve niet alsnog in beroep worden opgekomen. Het beroep is mitsdien niet-ontvankelijk.”