ECLI:NL:CRVB:2007:AZ7636
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- K. Zeilemaker
- L.J.A. Damen
- Rechtspraak.nl
Weigering vergoeding verplaatsingskosten bij tijdelijke tewerkstelling in kader re-integratie
Appellante was werkzaam bij het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) te Voorburg en werd in het kader van een reorganisatie en haar re-integratie tijdelijk overgeplaatst naar het CBS te Heerlen. Deze tijdelijke tewerkstelling had als doel haar weer in het arbeidsproces te betrekken en te beoordelen onder welke voorwaarden zij definitief benoemd kon worden in Heerlen. Appellante verzocht om vergoeding van de kosten die zij maakte door deze verplaatsing, waaronder inrichtingskosten van een appartement en reiskosten voor het bezoeken van haar kinderen.
De directeur van het CBS weigerde de gevraagde vergoeding omdat volgens hem geen sprake was van een verplaatsing in de zin van het Verplaatsingskostenbesluit 1989, omdat de tewerkstelling niet in opdracht van het bevoegd gezag tot verandering van standplaats was. Wel werd een bedrag van € 1.000,- toegekend op grond van billijkheid.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de tijdelijke tewerkstelling in Heerlen wel degelijk een verplaatsing in opdracht van het bevoegd gezag betrof. De Raad vernietigde daarom het besluit voor zover het de weigering van vergoeding betrof en bepaalde dat de directeur een nieuw besluit op bezwaar moet nemen, waarbij rekening moet worden gehouden met de tijdelijkheid van de verplaatsing en de toepasselijke regelingen.
De Raad bevestigde de billijke vergoeding van € 1.000,- en bepaalde dat de Staat de betaalde griffierechten aan appellante moet vergoeden. De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer op 11 januari 2007.
Uitkomst: Het besluit tot weigering van vergoeding van verplaatsingskosten wordt vernietigd en de directeur moet een nieuw besluit nemen; de billijke vergoeding van € 1.000,- blijft gehandhaafd.