ECLI:NL:CRVB:2007:AZ7667
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep na gewijzigde beslissing op bezwaar UWV
Appellante stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank over een loondoorbetalingsverplichting opgelegd door het UWV. Tijdens de procedure gaf het UWV aan het standpunt niet langer te handhaven en stelde een gewijzigde beslissing op bezwaar vast, waarin het bezwaar van appellante alsnog gegrond werd verklaard en de loondoorbetalingsverplichting werd ingetrokken.
Naar aanleiding hiervan gaf appellante aan geen belang meer te hebben bij de beoordeling van het hoger beroep. De Raad besloot daarop het hoger beroep niet-ontvankelijk te verklaren. Tevens werd het UWV veroordeeld in de proceskosten die appellante redelijkerwijs had moeten maken, begroot op €644.
De Raad wees er verder op dat appellante voor vergoeding van het betaalde griffierecht rechtstreeks een verzoek tot het UWV moet richten, conform artikel 22, vijfde lid, van de Beroepswet. De uitspraak werd gedaan door rechter Ch. van Voorst en griffier A.J.T.M. Bruijnis-Vermeulen op 31 januari 2007.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard en het UWV wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten van €644.