ECLI:NL:CRVB:2007:AZ7667

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
31 januari 2007
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
04-4629 WAO
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Ch. van Voorst
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Artikel 22, vijfde lid, BeroepswetBesluit proceskosten bestuursrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid hoger beroep na gewijzigde beslissing op bezwaar UWV

Appellante stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank over een loondoorbetalingsverplichting opgelegd door het UWV. Tijdens de procedure gaf het UWV aan het standpunt niet langer te handhaven en stelde een gewijzigde beslissing op bezwaar vast, waarin het bezwaar van appellante alsnog gegrond werd verklaard en de loondoorbetalingsverplichting werd ingetrokken.

Naar aanleiding hiervan gaf appellante aan geen belang meer te hebben bij de beoordeling van het hoger beroep. De Raad besloot daarop het hoger beroep niet-ontvankelijk te verklaren. Tevens werd het UWV veroordeeld in de proceskosten die appellante redelijkerwijs had moeten maken, begroot op €644.

De Raad wees er verder op dat appellante voor vergoeding van het betaalde griffierecht rechtstreeks een verzoek tot het UWV moet richten, conform artikel 22, vijfde lid, van de Beroepswet. De uitspraak werd gedaan door rechter Ch. van Voorst en griffier A.J.T.M. Bruijnis-Vermeulen op 31 januari 2007.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard en het UWV wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten van €644.

Uitspraak

04/4629 WAO
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[appellante], h.o.d.n. [handelsnaam], wonende te [woonplaats], zaakdoende te [vestigingsplaats], (hierna: appellante),
tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage van 12 juli 2004, 03/4544 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellante
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna Uwv).
Datum uitspraak: 31 januari 2007
I. PROCESVERLOOP
Namens appellante heeft mr. J. Versteegh, advocaat te Leiden, hoger beroep ingesteld tegen de aangevallen uitspraak.
Desgevraagd heeft het Uwv bij brief van 31 mei 2006 de Raad meegedeeld dat het ingenomen standpunt niet langer wordt gehandhaafd en dat een gewijzigde beslissing op bezwaar wordt afgegeven. In de gewijzigde beslissing op bezwaar van 2 juni 2006 wordt het bezwaar van appellante alsnog gegrond verklaard en de opgelegde loondoorbetalingsverplichting ingetrokken.
Namens appellante heeft mr. J. Versteegh bij schrijven van 16 juni 2006 de Raad bericht dat appellante zich refereert aan de gewijzigde beslissing op bezwaar.
Met toestemming van partijen heeft de Raad bepaald dat het onderzoek ter zitting achterwege blijft, waarna het onderzoek is gesloten.
II. OVERWEGINGEN
Blijkens de brief van 16 juni 2006 van de gemachtigde van appellante heeft appellante geen belang meer bij een beoordeling van het hoger beroep, zodat dit niet-ontvankelijk kan worden verklaard.
De Raad ziet aanleiding om het Uwv te veroordelen in de kosten die appellante in verband met de behandeling van het beroep en het hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. De kosten worden, ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht, begroot op € 322,- voor verleende rechtsbijstand in beroep en € 322,- voor verleende rechtsbijstand in hoger beroep.
Voorts merkt de Raad nog op dat uit het bepaalde in artikel 22, vijfde lid, van de Beroepswet volgt dat appellante zich met een verzoek om vergoeding van het betaalde griffierecht rechtstreeks tot het Uwv dient te wenden.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.
Veroordeelt de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen in de kosten van appellante tot een bedrag groot € 644,-, te betalen door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen.
Deze uitspraak is gedaan door Ch. van Voorst. De beslissing is, in tegenwoordigheid van A.J.T.M. Bruijnis-Vermeulen als griffier, uitgesproken in het openbaar op 31 januari 2007.
(get.) Ch. van Voorst.
(get.) A.J.T.M. Bruijnis-Vermeulen.
JL