ECLI:NL:CRVB:2007:AZ7867

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
31 januari 2007
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
05-3341 WAO
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Ch. van Voorst
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 21a BeroepswetArt. 8:75 Algemene wet bestuursrechtBesluit proceskosten bestuursrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Intrekking hoger beroep door UWV en proceskostenveroordeling

De Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Rotterdam. Op 21 juni 2006 trok het UWV het hoger beroep in. De Centrale Raad van Beroep bepaalde daarop dat het onderzoek ter zitting achterwege bleef en sloot het onderzoek.

Volgens artikel 21a van de Beroepswet kan een bestuursorgaan dat het hoger beroep intrekt op verzoek van een partij worden veroordeeld in de proceskosten. Werkgeefster verzocht om vergoeding van de kosten die zij in hoger beroep had moeten maken. De Raad overwoog dat de rechtbank al een beslissing had genomen over de proceskosten in eerste aanleg en dat alleen de in hoger beroep gemaakte kosten nog ter beoordeling stonden.

De Raad veroordeelde het UWV tot betaling van de proceskosten van werkgeefster, begroot op €322,-, conform het Besluit proceskosten bestuursrecht. Het vonnis werd uitgesproken door rechter Ch. van Voorst op 31 januari 2007, in aanwezigheid van griffier J.J. Janssen.

Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot betaling van €322,- aan proceskosten aan werkgeefster na intrekking van het hoger beroep.

Uitspraak

05/3341 WAO
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
als bedoeld in artikel 21a van de Beroepswet in verband met het hoger beroep van:
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: appellant)
tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 11 april 2005, 04/3103 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
[werkgeefster], gevestigd te [vestigingsplaats], (hierna: werkgeefster)
en
appellant.
Datum uitspraak: 31 januari 2007
I. PROCESVERLOOP
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen de aangevallen uitspraak.
Bij schrijven van 21 juni 2006 heeft appellant het hoger beroep ingetrokken.
Bij fax van 7 augustus 2006 is namens werkgeefster verzocht om een veroordeling van appellant in de proceskosten, bestaande uit de kosten die voortvloeien uit de door
mr. drs. D.W.M. Weesie als arts-gemachtigde verleende bijstand, alsmede om een veroordeling van appellant tot vergoeding van het betaalde griffierecht.
Appellant heeft geen gebruik gemaakt van de gelegenheid een verweerschrift in te dienen.
Met toestemming van partijen heeft de Raad bepaald dat het onderzoek ter zitting achterwege blijft, waarna het onderzoek is gesloten.
II. OVERWEGINGEN
Artikel 21a, eerste lid, eerste volzin, van de Beroepswet bepaalt dat in geval van intrekking van het hoger beroep door het bestuursorgaan, het bestuursorgaan op verzoek van een partij bij afzonderlijke uitspraak met overeenkomstige toepassing van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht kan worden veroordeeld in de kosten.
De Raad stelt vast dat appellant het hoger beroep heeft ingetrokken en dat namens werkgeefster een verzoek is gedaan om appellant te veroordelen in de proceskosten van werkgeefster.
De Raad overweegt dat, nu de rechtbank in eerste aanleg reeds heeft beslist ten aanzien van de proceskosten van werkgeefster, en werkgeefster tegen die uitspraak geen hoger beroep heeft ingesteld, hier nog slechts de in hoger beroep gemaakte kosten ter beoordeling staan.
De Raad ziet aanleiding om appellant te veroordelen in de kosten die werkgeefster in verband met de behandeling van het hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. De kosten worden, ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht, begroot op €322,-.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Veroordeelt de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen in de kosten van werkgeefster in hoger beroep tot een bedrag van € 322,-, te betalen door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen.
Deze uitspraak is gedaan door Ch. van Voorst. De beslissing is, in tegenwoordigheid van J.J. Janssen als griffier, uitgesproken in het openbaar op 31 januari 2007.
(get.) Ch. van Voorst.
(get.) J.J. Janssen.