ECLI:NL:CRVB:2007:AZ7871

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
8 januari 2007
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
05-7264 WW
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • M.A. Hoogeveen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep niet-ontvankelijk na tegemoetkoming UWV in bezwaar

Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Maastricht inzake een geschil met het UWV over een besluit in het kader van de WW.

Het UWV heeft op 17 oktober 2006 een nieuw besluit genomen dat volledig tegemoetkomt aan het beroep van appellante, waardoor er geen geschil meer bestaat tussen partijen. Appellante heeft daarop verzocht het UWV te veroordelen in de proceskosten.

De Centrale Raad van Beroep heeft het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard omdat het geschil is komen te vervallen. Tevens is het UWV veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van appellante, zowel voor de eerste aanleg als voor het hoger beroep, en tot vergoeding van het griffierecht.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard en het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.

Uitspraak

05/7264 WW
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[appellante], wonende te [woonplaats] (hierna: appellante),
tegen de uitspraak van de rechtbank Maastricht van 15 november 2005, 05/134 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellante
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).
Datum uitspraak: 8 januari 2007.
I. PROCESVERLOOP
Namens appellante heeft mr. P.H.A. Brauer, advocaat te Heerlen, hoger beroep ingesteld.
Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 30 augustus 2006. Appellante is verschenen, bijgestaan door mr. Brauer, voornoemd. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. G. Mostert, werkzaam bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen.
Ter zitting is het onderzoek geschorst.
Bij brief van 17 oktober 2006 heeft het Uwv de Raad een afschrift van een beslissing van 17 oktober 2006 doen toekomen.
Bij schrijven van 2 november 2006 heeft mr. Brauer, voornoemd, de Raad laten weten dat met de beslissing van 17 oktober 2006 wordt tegemoet gekomen aan de bezwaren van appellante. Namens appellante is verzocht het Uwv te veroordelen in de door haar in beroep en in hoger beroep gemaakte proceskosten.
Partijen hebben desgevraagd toestemming verleend behandeling ter zitting achterwege te laten.
II. OVERWEGINGEN
Met het besluit van 17 oktober 2006 heeft het Uwv opnieuw op het bezwaar van appellante beslist. Dit besluit komt geheel tegemoet aan het beroep van appellante. Tussen partijen bestaat, gezien de inhoud van dat besluit en hetgeen overigens is aangevoerd, geen geschil meer. Derhalve heeft appellante geen belang meer bij een oordeel van de Raad over de aangevallen uitspraak. Het hoger beroep zal dan ook niet-ontvankelijk worden verklaard.
De Raad ziet aanleiding om met toepassing van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht het Uwv te veroordelen in de proceskosten van appellante tot een bedrag van € 644,-- voor kosten van verleende rechtsbijstand in eerste aanleg en eveneens een bedrag van € 644,-- voor kosten van verleende rechtsbijstand in hoger beroep.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk;
Veroordeelt de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen in de proceskosten van appellante tot een bedrag van € 1.288,--, te betalen door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen aan de griffier van de Raad.
Bepaalt dat het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen het door appellante betaalde griffierecht van € 140,-- vergoedt.
Deze uitspraak is gedaan door M.A. Hoogeveen. De beslissing is, in tegenwoordigheid van P. Boer als griffier, uitgesproken in het openbaar op 8 januari 2007.
(get.) M.A. Hoogeveen.
(get.) P. Boer.