ECLI:NL:CRVB:2007:AZ7873
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit gedeeltelijke weigering WW-uitkering en toekenning rente- en proceskostenvergoeding
Appellante ontving vanaf 1 maart 2004 een WW-uitkering. Het UWV had een tijdelijke gedeeltelijke weigering van 20% van de uitkering opgelegd wegens onvoldoende inspanning om passende arbeid te verkrijgen. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen deze weigering ongegrond. Appellante stelde hoger beroep in bij de Centrale Raad van Beroep.
Tijdens de procedure wijzigde het UWV zijn standpunt en nam een nieuw besluit waarin tegemoet werd gekomen aan de bezwaren van appellante. Hierdoor kwam het eerdere besluit en de aangevallen uitspraak voor vernietiging in aanmerking. De Raad oordeelde dat het UWV de wettelijke rente moest vergoeden over de nabetaling van de uitkering vanaf 1 mei 2004.
Daarnaast veroordeelde de Raad het UWV tot vergoeding van de proceskosten van appellante, zowel voor de eerste aanleg als voor het hoger beroep. Ook werd het door appellante betaalde griffierecht vergoed. De uitspraak werd gedaan door rechter M.A. Hoogeveen op 10 januari 2007.
Uitkomst: Het besluit tot gedeeltelijke weigering van de WW-uitkering wordt vernietigd en het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van rente- en proceskosten.