ECLI:NL:CRVB:2007:AZ7910
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen herziening WAO-uitkering wegens te late indiening
Appellant maakte bezwaar tegen een besluit van het UWV waarbij zijn WAO-uitkering werd herzien van 80-100% arbeidsongeschiktheid naar 15-25%. Dit bezwaar werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het te laat was ingediend. Appellant stelde dat hij het besluit pas ontving nadat hij op vakantie was gegaan en dat het UWV geen rekening had gehouden met zijn afwezigheid.
De rechtbank oordeelde dat het treffen van maatregelen ter behartiging van belangen een eigen verantwoordelijkheid van de belanghebbende is, ook als deze met vakantie is. Het UWV hoeft geen bijzondere maatregelen te nemen om belangrijke brieven niet tijdens vakantie te versturen.
In hoger beroep heeft de Centrale Raad van Beroep deze uitspraak bevestigd. De Raad benadrukte dat het niet aan het UWV is om bekendmaking van besluiten tijdens vakantie te voorkomen en dat de eigen verantwoordelijkheid van de betrokkene voor het tijdig indienen van bezwaar voorop staat. Het hoger beroep is ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de herziening van de WAO-uitkering wordt niet-ontvankelijk verklaard vanwege te late indiening en de eigen verantwoordelijkheid van appellant.