ECLI:NL:CRVB:2007:AZ8007
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit herziening WAO-uitkering wegens strijd met Awb, rechtsgevolgen in stand gelaten
Appellante, voormalig secretaresse, kreeg een WAO-uitkering toegekend wegens RSI-klachten met een arbeidsongeschiktheid van 80-100%. Het UWV herzag deze uitkering naar 65-80% op basis van een functionele mogelijkhedenlijst (FML) en een arbeidsdeskundig rapport. Appellante maakte bezwaar tegen dit besluit, onder meer vanwege het repetitieve karakter en de houdingsafwisseling van de geduide functies.
De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond, waarbij zij onder meer het medische onderzoek en de arbeidskundige onderbouwing onderschreef. In hoger beroep bevestigde de Raad dit oordeel niet, maar oordeelde dat het besluit strijdig was met de artikelen 3:2 en 7:12 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) vanwege onvoldoende onderbouwing volgens het claim beoordelings- en borgingssysteem (CBBS).
Desondanks liet de Raad de rechtsgevolgen van het besluit in stand op grond van artikel 8:72 Awb Pro. Tevens veroordeelde de Raad het UWV tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellante.
Uitkomst: Het besluit tot herziening van de WAO-uitkering wordt vernietigd wegens strijd met de Awb, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.