ECLI:NL:CRVB:2007:AZ8108
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek tot herziening vaststelling dagloon WW
Appellant verzocht het UWV om terug te komen op het eerder vastgestelde dagloon van €56,96 in het kader van een WW-uitkering, stellende dat een deel van zijn loon ten onrechte als onkostenvergoeding was aangemerkt en niet was meegenomen in de dagloonberekening.
Het UWV wees dit verzoek af omdat er geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden waren die een herziening konden rechtvaardigen. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen deze afwijzing ongegrond.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat appellant ten tijde van het oorspronkelijke besluit op de hoogte was van de onjuiste loonstrookjes en de constructie van onkostenvergoeding. Hierdoor is er geen sprake van nieuwe feiten of omstandigheden zoals vereist in artikel 4:6 Awb Pro.
Het UWV heeft de bevoegdheid om het verzoek zonder nader onderzoek af te wijzen en de Raad ziet geen reden om aan te nemen dat het UWV onredelijk heeft gehandeld of een rechtsregel heeft geschonden.
De Raad bevestigt daarom de uitspraak van de rechtbank en wijst het hoger beroep af zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzoek van appellant om terug te komen op de vaststelling van het dagloon wordt afgewezen en de eerdere uitspraak bevestigd.