ECLI:NL:CRVB:2007:AZ8117
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- B.J. van der Net
- Rechtspraak.nl
Privaatrechtelijke dienstbetrekking masseuses in kamerverhuurbedrijf bevestigd
De zaak betreft een hoger beroep van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen tegen een uitspraak van de rechtbank Breda over de vraag of masseuses werkzaam in een kamerverhuurbedrijf een privaatrechtelijke dienstbetrekking hadden. De rechtbank had het besluit van het Uitvoeringsinstituut vernietigd wegens een onvoldoende zorgvuldig en ontoereikend onderzoek, met name omdat niet met de masseuses was gesproken.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het onderzoek weliswaar beperkt was, maar dat de gebruikte gegevens, waaronder verklaringen van de beherend vennoot, administrateur en een masseuse, voldoende waren om een gerede afweging te maken. De Raad stelt vast dat aan de vereisten van een privaatrechtelijke dienstbetrekking is voldaan, zoals persoonlijke arbeidsverrichting, betaling van een beloning en een gezagsverhouding.
De Raad wijst de stelling van belanghebbende dat sprake zou zijn van zelfstandige ondernemers af, gezien de organisatorische structuur, reglementering, prijsbepaling en sturing binnen het bedrijf. De aangevallen uitspraak wordt vernietigd en het beroep van het Uitvoeringsinstituut wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het bestaan van een privaatrechtelijke dienstbetrekking tussen belanghebbende en de masseuses en verklaart het beroep ongegrond.