ECLI:NL:CRVB:2007:AZ8119
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen boeteoplegging wegens onjuiste loonopgave in sociale verzekeringswetgeving
De zaak betreft een hoger beroep van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen tegen een uitspraak van de rechtbank ’s-Hertogenbosch die de boete over 1999 wegens niet opgegeven loon deels vernietigde.
De boete was opgelegd naar aanleiding van een looncontrole bij een uitzendbureau, waarbij werd vastgesteld dat de premielonen van de eindafrekeningen niet overeenkwamen met de salarisadministratie. De rechtbank vond dat op grond van een nieuw toepassingsbesluit een lagere boete van 10% van het premiebedrag moest gelden, omdat sprake zou zijn van het geheel niet indienen van een loonopgave.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt echter dat het hier niet gaat om het niet indienen van een loonopgave, maar om een inhoudelijk onjuiste of onvolledige opgave. Dit rechtvaardigt een hogere boete van 25% wegens opzet of grove schuld. Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en het eerdere vonnis vernietigd. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De boete van 25% wegens opzet of grove schuld bij onjuiste loonopgave over 1999 wordt bevestigd.