ECLI:NL:CRVB:2007:AZ8278
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- J. Riphagen
- A.T. de Kwaasteniet
- Rechtspraak.nl
Weigering WAO-uitkering na beoordeling arbeidsongeschiktheid met functionele beperkingen
De zaak betreft het hoger beroep van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen tegen een uitspraak van de rechtbank Middelburg die het besluit tot weigering van een WAO-uitkering vernietigde. De rechtbank had geoordeeld dat bij de beoordeling van de arbeidsongeschiktheid onvoldoende rekening was gehouden met beperkingen in knielen, hurken en zitten.
De Centrale Raad van Beroep stelt vast dat de verzekeringsarts wel degelijk beperkingen bij knielen en hurken had opgenomen in de functionele mogelijkhedenlijst, maar dat er geen medische onderbouwing is voor beperkingen bij zitten. De Raad concludeert dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat de belastbaarheid bij zitten was overschat.
Daarnaast heeft appellant tijdens de procedure functies als ongeschikt beoordeeld, maar dit leidt niet tot een andere mate van arbeidsongeschiktheid. De Raad oordeelt dat de medische en arbeidskundige grondslagen voor de beoordeling van minder dan 15% arbeidsongeschiktheid voldoende zijn en laat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand.
Uitkomst: De rechtsgevolgen van het vernietigde besluit tot weigering van de WAO-uitkering blijven geheel in stand.