ECLI:NL:CRVB:2007:AZ8280
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering na ziekmelding vanuit WW-situatie
Appellante, werkzaam als groepsleidster, viel in mei 1998 uit met rugklachten en ontving vanaf mei 1999 een WAO-uitkering op basis van 80-100% arbeidsongeschiktheid. Het UWV trok deze uitkering in februari 2002 in, wat door de rechtbank werd bevestigd in 2004. Vervolgens meldde appellante zich in juli 2003 ziek vanuit de WW met klachten gerelateerd aan het Hellp-syndroom en rugklachten.
In oktober 2004 besloot het UWV dat appellante geen recht meer had op WAO-uitkering omdat zij geschikt werd geacht voor gangbaar werk, een besluit dat ook door de rechtbank in juli 2005 werd bevestigd. De Raad overwoog dat de medische adviezen en rapportages van verzekeringsartsen en arbeidsdeskundigen een juiste weergave gaven van haar beperkingen.
Appellante gaf aan dat haar Hellp-syndroom klachten waren verminderd en dat darmklachten pas na de datum in geding waren ontstaan, waardoor deze buiten beschouwing werden gelaten. De Raad vond geen reden om de eerdere besluiten onjuist te achten en wees het hoger beroep af, bevestigde de aangevallen uitspraken en veroordeelde het UWV niet in de proceskosten.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering wordt bevestigd en het hoger beroep van appellante wordt afgewezen.