ECLI:NL:CRVB:2007:AZ8314
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- R.C. Stam
- J. Riphagen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit UWV over anticumulatie WAZ-uitkering wegens strijd met rechtszekerheid
Appellant, een zelfstandige met een arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen (WAZ), kreeg zijn uitkering over 2000 door het UWV op nihil gesteld vanwege anticumulatie van inkomsten uit arbeid. Het UWV had het maatmaninkomen aanvankelijk vastgesteld met LEI-indexcijfers, later met CBS-indexcijfers, wat leidde tot een lagere vaststelling van arbeidsongeschiktheid en toepassing van artikel 58 WAZ Pro.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant deels gegrond, maar liet de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand. In hoger beroep oordeelt de Raad dat het gebruik van verschillende maatmaninkomens voor dezelfde periode in strijd is met het systeem van de WAZ en dat het verbinden van terugwerkende kracht aan artikel 58 WAZ Pro in het algemeen strijdig is met het rechtszekerheidsbeginsel.
Hoewel een uitzondering mogelijk is indien betrokkene kennis had kunnen dragen van de gevolgen of onjuiste informatie had verstrekt, is dat hier niet het geval. Appellant mocht niet verwachten dat het UWV een andere berekeningswijze zou hanteren dan bij de vaststelling van arbeidsongeschiktheid. Daarom wordt het bestreden besluit en de aangevallen uitspraak vernietigd en wordt het UWV opgedragen een nieuw besluit op bezwaar te nemen.
De Raad veroordeelt het UWV in de proceskosten van appellant en bepaalt dat het griffierecht wordt vergoed. Over eventuele schadevergoeding kan de Raad nu nog niet oordelen omdat het nieuwe besluit nog moet volgen.
Uitkomst: Het bestreden besluit en de aangevallen uitspraak worden vernietigd en het UWV wordt opgedragen een nieuw besluit op bezwaar te nemen.