ECLI:NL:CRVB:2007:AZ8390

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
13 februari 2007
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
05-1031 WAO
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • K.J.S. Spaas
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75 AwbWet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO)
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging beslissing UWV over WAO-uitkering bij arbeidsongeschiktheid

Appellante stelde hoger beroep in tegen een beslissing van het UWV waarbij een WAO-uitkering werd toegekend op basis van een arbeidsongeschiktheid van 55 tot 65%. De rechtbank Utrecht had het beroep van appellante ongegrond verklaard, stellende dat het UWV voldoende rekening had gehouden met de beperkingen van appellante bij het vaststellen van haar arbeidsongeschiktheid.

In hoger beroep heeft de Centrale Raad van Beroep de aangevallen uitspraak van de rechtbank bevestigd. De medische informatie die appellante in hoger beroep aanvoerde, bevatte geen nieuwe relevante gegevens en betrof deels een latere gezondheidstoestand dan de datum van het besluit. De Raad vond geen reden om het besluit van het UWV te wijzigen of te vernietigen.

De Raad heeft ook overwogen dat de geselecteerde functies waarop de inkomensvaststelling is gebaseerd, geschikt zijn voor appellante. Er is geen aanleiding om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. De beslissing van de rechtbank blijft daarmee ongewijzigd en het beroep van appellante wordt afgewezen.

Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit van het UWV en wijst het hoger beroep van appellante af.

Uitspraak

05/1031 WAO
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[appellante], wonende te [woonplaats] (hierna: appellante),
tegen de uitspraak van de rechtbank Utrecht van 21 januari 2005, 04/952 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellante
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).
Datum uitspraak: 13 februari 2007
I. PROCESVERLOOP
Appellante heeft hoger beroep ingesteld.
Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.
Op door appellante ingebrachte informatie van de revalidatiearts A. Kap van 30 juni 2005, heeft de bezwaarverzekeringsarts M. Carere schriftelijk gereageerd.
Mr. P.H. Ruijzendaal, advocaat te Zeist, heeft zich bij brief van 27 juli 2006 als gemachtigde van appellante gesteld.
Op door mr. Ruijzendaal bij brief van 12 september 2006 ingebrachte medische informatie heeft de bezwaarverzekeringsarts M. Carere gereageerd in een rapport van 19 september 2006.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 23 januari 2007. Appellante en haar gemachtigde zijn, zoals tevoren was bericht, niet verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. S. Croes.
II. OVERWEGINGEN
Bij besluit van 1 april 2004, verder: het bestreden besluit, heeft het Uwv het bezwaar van appellante tegen een eerder genomen besluit gegrond verklaard en appellante met ingang van 5 juli 2003 een uitkering ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) toegekend, berekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 55 tot 65%.
De rechtbank heeft het beroep van appellante tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. De rechtbank is van oordeel dat met de beperkingen met betrekking tot het verrichten van arbeid die op grond van ziekte of gebrek voor appellante gelden door het Uwv voldoende rekening is gehouden bij de vaststelling van de mate van arbeidsongeschiktheid. De drie voor appellante geselecteerde functies, waaruit het inkomen is afgeleid dat appellante nog kan verdienen, acht de rechtbank voor appellante geschikt.
Hetgeen van de zijde van appellante in hoger beroep is aangevoerd heeft de Raad niet anders doen oordelen over het bestreden besluit dan de rechtbank heeft gedaan in de aangevallen uitspraak.
De medische gegevens die door en namens appellante in hoger beroep zijn overgelegd bevatten, zoals de bezwaarverzekeringsarts Carere heeft toegelicht, inhoudelijk geen nieuwe medische informatie en hebben deels betrekking op de gezondheidstoestand van appellante drie jaar na de datum in geding.
Ook overigens heeft de Raad geen aanknopingspunten gevonden om het bestreden besluit niet in stand te laten.
De aangevallen uitspraak komt daarom voor bevestiging in aanmerking.
De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door K.J.S. Spaas. De beslissing is, in tegenwoordigheid van A.H. Hagendoorn-Huls als griffier, uitgesproken in het openbaar op 13 februari 2007.
(get.) K.J.S. Spaas.
(get.) A.H. Hagendoorn-Huls.