ECLI:NL:CRVB:2007:AZ8407
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAO-uitkering wegens ontbreken ziekte of gebrek
Appellante heeft bezwaar gemaakt tegen de weigering van een WAO-uitkering per 10 juni 2002, omdat zij meent dat zij door ziekte of gebrek slechts 50% van haar maatmaninkomen kan verdienen. Het UWV heeft haar laten onderzoeken door een verzekeringsarts en een psychiater, die concludeerden dat er geen sprake was van beperkingen door ziekte of gebrek die de arbeidsongeschiktheid rechtvaardigen.
De rechtbank Utrecht heeft het beroep van appellante ongegrond verklaard en het bestreden besluit in stand gelaten. In hoger beroep heeft appellante een aanvullend psychiatrisch rapport overgelegd, maar dit rapport werd door een bezwaarverzekeringsarts weerlegd. De Centrale Raad van Beroep sluit zich aan bij de eerdere medische beoordelingen en oordeelt dat er op de datum van 10 juni 2002 geen sprake was van een verminderde belastbaarheid door ziekte of gebrek in de zin van de WAO.
De Raad ziet geen aanleiding om af te wijken van het bestreden besluit en bevestigt daarmee de uitspraak van de rechtbank. Appellante heeft geen persoonlijkheidsstoornis volgens de DSM-IV, en de aanwezige persoonlijkheidskenmerken zijn onvoldoende om arbeidsongeschiktheid aan te nemen. De wachttijd voor de WAO-uitkering is daardoor niet vervuld.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WAO-uitkering wegens het ontbreken van ziekte of gebrek.