ECLI:NL:CRVB:2007:AZ8425
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- Rechtspraak.nl
Weigering WAO-uitkering wegens ontbreken ziekte of gebrek als oorzaak arbeidsongeschiktheid
Appellante verzocht om een WAO-uitkering, welke door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) werd geweigerd op grond dat haar arbeidsongeschiktheid niet het gevolg was van ziekte of gebrek. Na een eerdere vernietiging van een bezwaarbesluit door de rechtbank, verklaarde het Uwv het bezwaar opnieuw ongegrond. De rechtbank oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat appellante niet voldeed aan de voorwaarden voor een WAO-uitkering.
In hoger beroep heeft appellante haar grieven herhaald, maar de Centrale Raad van Beroep bevestigde het oordeel van de rechtbank. De Raad stelde vast dat er geen sprake was van een stoornis in de persoon, maar van een reactie op de omgeving, waarbij sociale isolatie door taalbarrière en het aannemen van een slachtofferrol centraal stonden. Dit werd gekwalificeerd als een karaktertrek en niet als ziekte.
De Raad onderschreef het oordeel van de bezwaarverzekeringsarts dat er op de datum in geding geen sprake was van een verminderde belastbaarheid op grond van ziekte of gebrek. Het verzoek tot schadevergoeding werd afgewezen omdat daartoe geen grond bestond. De uitspraak werd gedaan door K.J.S. Spaas en uitgesproken in het openbaar op 13 februari 2007.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WAO-uitkering omdat de arbeidsongeschiktheid niet het gevolg is van ziekte of gebrek.