ECLI:NL:CRVB:2007:AZ8570
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- G. van der Wiel
- G.H.J. Doornewaard
- Rechtspraak.nl
Bevestiging korting WAZ-uitkering wegens bijtelling privégebruik auto en inkomensopgave
Appellant, directeur-grootaandeelhouder, ontving een WAZ-uitkering op basis van een arbeidsongeschiktheidspercentage van 65-80%. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) stelde de uitkering vanaf 1 januari 2002 vast op een lager percentage van 55-65%, gebaseerd op de bijtelling voor privégebruik van de auto van de zaak en het door appellant opgegeven maandloon.
Appellant voerde aan dat de belastingdienst zijn negatieve loon over 2002 had geaccepteerd en dat zijn medische beperkingen hem verhinderden de auto te gebruiken, waardoor zijn arbeidsinkomsten verminderd zouden moeten worden. De Raad oordeelde echter dat appellant het voordeel van privégebruik van de auto fiscaal had aangegeven en dit voordeel dus had genoten. Zijn medische stelling werd niet onderbouwd.
De Raad benadrukte dat het Uwv afhankelijk is van de door appellant verstrekte gegevens, welke in dit geval consistent waren en door appellant niet betwist werden tijdens telefonisch contact. Zelfs rekening houdend met het terug te betalen loon bleef het loon voldoende hoog om de korting op de uitkering te rechtvaardigen.
De aangevallen uitspraak van de rechtbank Breda, die het beroep van appellant ongegrond verklaarde, werd door de Centrale Raad van Beroep bevestigd. Er waren geen gronden voor toepassing van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer op 8 februari 2007.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de korting op de WAZ-uitkering en verklaart het beroep van appellant ongegrond.