ECLI:NL:CRVB:2007:AZ8754
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen WAO-uitkeringsbesluit met proceskostenvergoeding
Appellante maakte bezwaar tegen een beslissing van het UWV waarbij haar WAO-uitkering werd vastgesteld op een arbeidsongeschiktheidspercentage van 45 tot 55%. Na bezwaar wijzigde het UWV dit naar 65 tot 80%, waarna appellante beroep instelde bij de rechtbank. Tijdens de procedure nam het UWV een nieuwe beslissing waarin de uitkering werd vastgesteld op 80 tot 100%, waarmee het UWV volledig tegemoetkwam aan de grieven van appellante.
Ondanks het intrekken van het bestreden besluit behield appellante belang bij de procedure vanwege het verzoek om schadevergoeding op grond van wettelijke rente over de na te betalen uitkering. De Raad overweegt dat dit verzoek toewijsbaar is en verwijst naar eerdere jurisprudentie voor de berekeningswijze.
De Raad vernietigt het bestreden besluit voor zover de rechtsgevolgen daarvan in stand zijn gelaten, bevestigt het overige en veroordeelt het UWV tot vergoeding van de proceskosten van appellante in hoger beroep, begroot op € 322,-, en tot vergoeding van het betaalde griffierecht van € 105,-.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van wettelijke rente, proceskosten van €322,- en griffierecht van €105,- aan appellante.