ECLI:NL:CRVB:2007:AZ8766
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boete wegens niet tijdige loonopgave over 2004
Appellant stelde beroep in tegen het besluit van het UWV tot handhaving van een boete van €998 wegens het niet tijdig nakomen van de loonopgaveverplichting over het premiejaar 2004. Het UWV kwalificeerde de overtreding als een vergrijp vanwege grove schuld, omdat appellant herhaaldelijk was verzocht de jaarloonopgave in te zenden maar dit naliet.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak. Appellant voerde aan dat de loonopgave na een rappel telefonisch op 18 april 2005 alsnog was verstuurd, maar niet door het UWV was ontvangen. De Raad oordeelt dat het risico van zoekraken bij niet-aangetekende verzending bij de afzender ligt en appellant niet aannemelijk heeft gemaakt dat de loonopgave is ontvangen.
De Raad acht geen gronden aanwezig voor toepassing van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht en bevestigt dat het UWV op grond van artikel 12 van Pro de CSV verplicht was een boete op te leggen. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: De boete van €998 wegens niet tijdige loonopgave over 2004 wordt bevestigd.