ECLI:NL:CRVB:2007:AZ8799
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.J.H. Doornewaard
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit UWV over mate van arbeidsongeschiktheid en WAO-uitkering
Appellant ging in hoger beroep tegen het besluit van het UWV van 26 april 2004, waarin het UWV zijn WAO-uitkering vanaf 26 december 2003 vaststelde op een arbeidsongeschiktheidspercentage van 35 tot 45%. De rechtbank had het beroep van appellant ongegrond verklaard. In hoger beroep stelde appellant dat zijn beperkingen ernstiger zijn en dat hij recht heeft op een hoger percentage. De Raad verwijst naar de uitgebreide feiten en omstandigheden in de aangevallen uitspraak en constateert dat appellant geen nieuwe argumenten heeft ingebracht.
De Raad oordeelt dat de rechtbank de grieven van appellant voldoende en gemotiveerd heeft behandeld en onderschrijft deze overwegingen. Er is geen aanleiding om het oordeel van de rechtbank te wijzigen. Tevens ziet de Raad geen grond voor een proceskostenveroordeling op grond van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt daarom de uitspraak van de rechtbank Roermond van 27 december 2004 en handhaaft het besluit van het UWV omtrent de mate van arbeidsongeschiktheid en de toekenning van de WAO-uitkering.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit van het UWV tot toekenning van een WAO-uitkering met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 35 tot 45%.