ECLI:NL:CRVB:2007:AZ8800
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- J. Riphagen
- A.T. de Kwaasteniet
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering verhoging WAO-uitkering wegens geen toegenomen arbeidsongeschiktheid
Appellant verzocht op 12 mei 2003 om verhoging van zijn WAO-uitkering wegens vermeende toegenomen arbeidsongeschiktheid per 29 juli 2002. Na medisch onderzoek door verzekeringsarts L.H.W. Sabel werd geconcludeerd dat de situatie van appellant niet wezenlijk was veranderd en dat er geen sprake was van toegenomen beperkingen.
Het UWV wees het verzoek af en verklaarde het bezwaar ongegrond. De rechtbank Roermond onderschreef dit besluit en vond de medische en arbeidskundige onderbouwing voldoende. Appellant stelde hoger beroep in bij de Centrale Raad van Beroep.
De Raad constateerde een kennelijke misslag in de datum waarop de toename van arbeidsongeschiktheid werd vastgesteld, namelijk 26 augustus 2002 in plaats van 29 juli 2002, maar vond dit niet van invloed op de uitkomst. De medische rapporten boden onvoldoende grond om te concluderen dat appellant meer beperkingen ondervond dan eerder aangenomen.
De Raad bevestigde het bestreden besluit en oordeelde dat zonder medische toename van arbeidsongeschiktheid de arbeidskundige beoordeling niet aan de orde is. De aangevallen uitspraak van de rechtbank werd daarmee bekrachtigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van het UWV om de WAO-uitkering te verhogen wegens het ontbreken van toegenomen arbeidsongeschiktheid.