ECLI:NL:CRVB:2007:AZ8829
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.J.H. Doornewaard
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vaststelling eerste arbeidsongeschiktheidsdag op 2 september 1998
Appellant stelde in hoger beroep dat zijn eerste arbeidsongeschiktheidsdag niet op 2 september 1998 viel, maar op 15 september 1998, omdat hij op 2 september nog in dienst was bij zijn oude werkgever en zich toen niet ziek had gemeld. Hij voerde aan dat hij op 2 september alleen kalmerende middelen vroeg in verband met een afscheidsreceptie en zich pas ziek meldde na het begin van zijn nieuwe baan.
De rechtbank ’s-Hertogenbosch had eerder geoordeeld dat het UWV terecht de eerste arbeidsongeschiktheidsdag op 2 september 1998 had vastgesteld, op basis van medische informatie waaruit blijkt dat appellant reeds langere tijd psychische klachten had en op die datum de huisarts bezocht vanwege klachten waarvoor hij medicatie kreeg en werd doorverwezen naar een psychiater.
De Centrale Raad van Beroep onderschrijft het oordeel van de rechtbank en ziet geen reden om aan de vaststelling van 2 september 1998 te twijfelen. Het UWV heeft de datum correct vastgesteld en het WAO-dagloon daarop aangepast. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de vaststelling van de eerste arbeidsongeschiktheidsdag op 2 september 1998 en verklaart het hoger beroep ongegrond.