ECLI:NL:CRVB:2007:AZ8854
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.J.H. Doornewaard
- Rechtspraak.nl
Vernietiging weigering WAO-uitkering wegens onzorgvuldige voorbereiding
Appellant stelde zich in hoger beroep op het standpunt dat hem met ingang van 2 december 2003 alsnog een WAO-uitkering toekomt, omdat het UWV de ernst van zijn medische beperkingen onderschatte en hij niet in staat was de voorgestelde functies te vervullen. De Raad concludeerde dat appellant geen objectieve medische gegevens overlegde die twijfel opriepen over de vastgestelde functionele mogelijkheden. De verklaring van de fysiotherapeut werd niet zwaarwegend geacht, mede omdat deze betrekking had op een latere periode.
De Raad onderschreef de motieven van de rechtbank om het beroep ongegrond te verklaren, maar nam kennis van een nieuw arbeidskundig rapport waaruit bleek dat een aantal functies vervallen moesten worden. Hierdoor werd appellant alsnog geacht voor 15 tot 25% arbeidsongeschikt te zijn, wat leidt tot toekenning van een WAO-uitkering.
De aangevallen uitspraak werd vernietigd en het UWV werd opgedragen een nieuw besluit te nemen. Tevens veroordeelde de Raad het UWV tot vergoeding van de proceskosten van appellant en het betaalde griffierecht. De Raad zag geen aanleiding tot benoeming van een externe medische deskundige.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en het UWV moet een nieuw besluit nemen waarbij appellant een WAO-uitkering van 15 tot 25% wordt toegekend.