ECLI:NL:CRVB:2007:AZ8891
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verlaging arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering
Appellant stelde hoger beroep in tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage die het beroep tegen het besluit van 8 juni 2004 tot verlaging van zijn arbeidsongeschiktheidsuitkering ongegrond verklaarde. De verlaging was gebaseerd op een deskundigenonderzoek dat concludeerde dat appellant neurologisch geschikt is om zowel parttime als fulltime arbeid te verrichten.
De Raad voor de Rechtspraak heeft het oordeel van de ingeschakelde onafhankelijke deskundige gevolgd, zoals gebruikelijk in haar vaste rechtspraak. De deskundige H.J. Gilhuis baseerde zijn conclusie op een onderzoek van appellant, relevante dossierstukken en de anamnese. Hoewel aanvankelijk werd aangegeven dat appellant alleen parttime arbeid kon verrichten, bleek dit een misverstand; de deskundige bevestigde dat appellant ook fulltime arbeid aankan.
De Raad heeft geen aanwijzingen gevonden dat het deskundigenonderzoek onzorgvuldig of onvolledig was, ondanks de recente ontdekking van een beschadiging aan een oogzenuw. Het hoger beroep is daarom ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er waren geen gronden voor toepassing van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de verlaging van de arbeidsongeschiktheidsuitkering.