ECLI:NL:CRVB:2007:AZ9141
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- M.C.M. van Laar
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing herhaalde aanvraag herleving wachtgeld na verlaging WAO-uitkering
Appellant, voormalig wachtmeester bij de Rijkspolitie, verzocht herhaaldelijk om herziening van een besluit tot beëindiging van zijn wachtgelduitkering, nadat zijn WAO-uitkering was verlaagd. Het eerste verzoek van 4 maart 2001 werd niet ontvangen door Uszo, de uitkeringsorganisatie, wat later door Uszo bevestigd werd. Appellant heeft dit niet effectief bestreden.
De Raad overwoog dat het indienen van bezwaar per fax toelaatbaar is, maar dat het risico van niet-ontvangst voor rekening van de verzender komt. Omdat appellant niet aannemelijk maakte dat het faxbericht wel was ontvangen, werd het bezwaar tegen het oorspronkelijke besluit niet geacht te zijn ingediend, waardoor dat besluit onaantastbaar werd.
De herhaalde aanvraag van appellant werd inhoudelijk beoordeeld en afgewezen omdat deze niet was gebaseerd op nieuwe feiten of veranderde omstandigheden. De Raad oordeelde dat de Minister in redelijkheid tot het bestreden besluit kon komen en dat het hoger beroep niet slaagt. De aangevallen uitspraak van de rechtbank Amsterdam wordt bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de afwijzing van het verzoek tot herleving van het wachtgeld wordt bevestigd.