ECLI:NL:CRVB:2007:AZ9204

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
23 februari 2007
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
05-2396 AKW
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • H.J. Simon
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6 AKWArt. 26 KB 746Art. 27 KB 746
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging weigering kinderbijslag wegens niet-verzekerd zijn op grond van KB 746

Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam die de weigering van kinderbijslag door de Sociale Verzekeringsbank (Svb) bevestigde. De Svb had geweigerd kinderbijslag toe te kennen omdat appellant niet verzekerd was op grond van artikel 6 van Pro de Algemene Kinderbijslagwet (AKW) en ook niet op grond van het Besluit uitbreiding en beperking kring verzekerden volksverzekeringen 1999 (KB 746).

De kern van het geschil betrof de vraag of appellant verzekerd was op grond van artikel 27 van Pro KB 746, een overgangsregeling voor personen die tot 1 januari 2000 verzekerd waren ingevolge artikel 26 van Pro KB 746. Deze regeling geldt zolang het jongste kind waarvoor kinderbijslag werd ontvangen nog geen 18 jaar is. De Raad stelde vast dat deze voorwaarde niet was vervuld omdat het jongste kind van appellant de leeftijd van 18 jaar had bereikt.

De Raad concludeerde daarom dat appellant niet verzekerd is op grond van artikel 27 van Pro KB 746 en bevestigde de aangevallen uitspraak. Er werden geen gronden gevonden voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak kan beroep in cassatie worden ingesteld bij de Hoge Raad der Nederlanden.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van kinderbijslag wordt bevestigd.

Uitspraak

05/2396 AKW
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[appellant] (hierna: appellant),
tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 29 maart 2005, 04/593 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen
appellant
en
de Raad van bestuur van de Sociale Verzekeringsbank (hierna: de Svb).
Datum uitspraak: 23 februari 2007
I. PROCESVERLOOP
Appellant heeft hoger beroep ingesteld.
De Svb heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 12 januari 2007. Appellant is, met kennisgeving, niet verschenen. De Svb heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. K. Verbeek.
II. OVERWEGINGEN
Bij beslissing op bezwaar van 21 januari 2004 (hierna: het bestreden besluit) heeft de Svb gehandhaafd zijn besluit van 8 juli 2003, waarbij de Svb heeft geweigerd aan appellant met ingang van eerste kwartaal van 2001 kinderbijslag toe te kennen. Aan dit besluit ligt ten grondslag dat appellant niet verzekerd is op grond van artikel 6 van Pro de Algemene Kinderbijslagwet (AKW), terwijl hij evenmin op grond van het Besluit uitbreiding en beperking kring verzekerden volksverzekeringen 1999 van 24 december 1998, Stb. 746 (hierna: KB 746) als verzekerde kan worden aangemerkt. Daarbij is in het bijzonder overwogen dat de hoogte van de WAO-uitkering die appellant sinds september 1993 ontvangt niet tenminste 35 % van het brutominimumloon bedraagt.
De rechtbank heeft bij de aangevallen uitspraak het standpunt van de Svb onderschreven en het beroep van appellant ongegrond verklaard.
Appellant kan zich in hoger beroep niet met dit oordeel van de rechtbank verenigen en heeft daartoe aangevoerd dat hij de kinderbijslag nodig heeft om medische kosten en studiekosten van zijn kinderen te betalen.
De Raad overweegt het volgende.
De Raad constateert dat niet in geschil is dat appellant in de periode hier van belang geen ingezetene in de zin van de AKW was, en dat hij niet terzake van in Nederland in dienstbetrekking verrichte arbeid aan de loonbelasting is onderworpen. Appellant is dan ook niet verzekerd op grond van de hoofdregel van artikel 6 van Pro de AKW. Het geschil spitst zich dan ook met name toe op de vraag of appellant verzekerd is op grond van artikel 27 van Pro KB 746.
Ingevolge artikel 26 van Pro KB 746 was verzekerd op grond van de volksverzekeringen de persoon, die niet in Nederland woont en - onder meer - recht heeft op een uitkering op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, mits die uitkering 35 % van het wettelijk minimumloon bedraagt. Met ingang van 1 januari 2000 is dit artikel vervallen.
In artikel 27 van Pro KB 746 is een overgangsregeling getroffen voor personen die tot aan 1 januari 2000 verzekerd waren ingevolge de volksverzekeringen op grond van artikel 26 van Pro KB 746 en die, uitsluitend door het vervallen van dit artikel, vanaf die dag geen recht meer hebben op kinderbijslag op grond van de AKW. Voor die personen blijft artikel 26 van Pro KB 746 ook vanaf 1 januari 2000 van toepassing zolang het jongste kind voor wie de verzekerde voor die dag recht had op kinderbijslag de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt.
De Raad stelt vast dat in het geval van appellant aan laatstbedoelde voorwaarde niet is voldaan. Dit betekent dat appellant ook niet op grond van artikel 27 van Pro KB 746 verzekerd is krachtens de AKW.
Uit het vorenstaande volgt dat het hoger beroep niet slaagt, zodat de aangevallen uitspraak voor bevestiging in aanmerking komt.
De Raad acht geen termen aanwezig voor een proceskostenveroordeling.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door H.J. Simon. De beslissing is, in tegenwoordigheid van A. Kovács als griffier, uitgesproken in het openbaar op 23 februari 2007.
(get.) H.J. Simon.
(get.) A. Kovács.
Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de datum van verzending beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad der Nederlanden (Postbus 20303, 2500 EH ’s-Gravenhage) ter zake van schending of verkeerde toepassing van bepalingen inzake het begrip kring der verzekerden.