ECLI:NL:CRVB:2007:AZ9569
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit UWV over WAO-uitkering ondanks rug- en concentratieklachten
Appellant, voormalig orderverwerker, kreeg een WAO-uitkering toegekend wegens spanningsklachten, RSI en whiplash. Na een operatie aan zijn rug bleef hij klachten houden en werkte hij als onderwijsassistent met een beperkte urenomvang. Hij stelde dat zijn beperkingen onvoldoende waren meegewogen en dat een duurbeperking noodzakelijk was vanwege pijn en concentratieproblemen.
De medische beoordelingen, waaronder die van verzekeringsarts Van den Brand en orthopedisch chirurg Langius, concludeerden dat er geen medische noodzaak was voor een duurbeperking en dat de beperkingen juist waren vastgesteld. De arbeidsdeskundige Peijs vond appellant geschikt voor passende arbeid zonder verlies van verdiencapaciteit.
De rechtbank en de Raad oordeelden dat de door appellant aangevoerde klachten onvoldoende waren onderbouwd met medische stukken en dat de voorgehouden functies passend waren. De Raad zag geen reden om het besluit van het UWV te wijzigen en bevestigde het bestreden besluit.
Appellant was niet verschenen bij de zitting, en zijn grieven werden inhoudelijk niet gegrond verklaard. De Raad vond geen aanleiding om een duurbeperking toe te passen en concludeerde dat de medische en arbeidskundige grondslagen van het besluit juist waren.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit van het UWV en wijst het hoger beroep van appellant af.