ECLI:NL:CRVB:2007:AZ9801
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging dienstbetrekking en premiecorrectie ondanks aandeelhoudersverhouding en beroepsregels
Appellante betwistte de premiecorrecties die het Uwv had opgelegd over de jaren 2001 tot en met 2003, omdat zij van mening was dat de werkzaamheden van [V.] niet in dienstbetrekking, maar op basis van een overeenkomst van opdracht werden verricht.
De rechtbank had geoordeeld dat sprake was van een privaatrechtelijke dienstbetrekking vanwege de gezagsverhouding en de structurele aard van de werkzaamheden, die nauw verweven waren met de organisatie van appellante. De Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel en benadrukt dat ook het aandeelhouderschap van [V.] en zijn gebondenheid aan beroepsregels niet verhinderen dat er sprake is van een dienstbetrekking.
Appellante voerde aan dat [V.] zelfstandig was en een eigen kantoor had, en dat de opdracht bestond uit het afgeven van een accountantsverklaring. De Raad oordeelt echter dat de werkzaamheden van [V.] integraal onderdeel uitmaken van het dienstenpakket van appellante en dat het ontbreken van aanwijzingsbevoegdheid niet betekent dat er geen gezagsverhouding bestaat.
Gezien de feiten en omstandigheden, waaronder de structurele inzet van [V.] gedurende tweeënhalve dag per week en de nauwe verwevenheid met de organisatie, bevestigt de Raad de premiecorrecties en het bestaan van een privaatrechtelijke dienstbetrekking. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de premiecorrecties bevestigd wegens het bestaan van een privaatrechtelijke dienstbetrekking.