ECLI:NL:CRVB:2007:AZ9844

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
23 februari 2007
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
04-5071 WAO
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging besluit UWV en veroordeling in proceskosten wegens onzorgvuldige voorbereiding

Appellante had bezwaar gemaakt tegen het besluit van het UWV van 15 november 2002 waarin een WAO-uitkering werd geweigerd omdat zij minder dan 15% arbeidsongeschikt werd geacht na de wettelijke wachttijd. Het bezwaar werd ongegrond verklaard en de rechtbank Rotterdam wees het beroep af. Appellante stelde hoger beroep in bij de Centrale Raad van Beroep.

Tijdens de procedure gaf het UWV aan het bestreden besluit in te trekken vanwege onzorgvuldige voorbereiding en gaf aan meer tijd nodig te hebben voor een nieuwe beslissing op bezwaar. Appellante en haar gemachtigde verschenen niet bij de zitting van 12 januari 2007.

De Raad vernietigde zowel het bestreden besluit als de uitspraak van de rechtbank en veroordeelde het UWV op grond van artikel 8:75 Awb Pro tot vergoeding van de proceskosten van appellante, inclusief het betaalde griffierecht. Het UWV werd opgedragen een nieuw besluit op bezwaar te nemen.

Uitkomst: Het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank worden vernietigd en het UWV wordt veroordeeld in de proceskosten.

Uitspraak

04/5071 WAO
Centrale Raad van Beroep
Meervoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[appellante] (hierna: appellante),
tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 26 juli 2004, 03/2011
(hierna: de aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellante
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen
(hierna: het Uwv).
Datum uitspraak: 23 februari 2007
I. PROCESVERLOOP
Bij besluit van 15 november 2002 heeft het Uwv geweigerd aan appellante een uitkering ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering toe te kennen, onder overweging dat zij, na afloop van de wettelijke wachttijd van 52 weken, op 3 september 2002 minder dan 15% arbeidsongeschikt was. Het tegen dit besluit gemaakte bezwaar is bij beslissing op bezwaar van 21 mei 2003 (hierna: het bestreden besluit), ongegrond verklaard.
De rechtbank Rotterdam heeft het ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Namens appellante heeft mr. A.L. Kuit, advocaat te Rotterdam, hoger beroep ingesteld.
Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.
Bij brief van 10 januari 2007 heeft het Uwv laten weten het bestreden besluit in verband met de onzorgvuldige voorbereiding in te trekken.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 12 januari 2007, waar appellante en haar gemachtigde - met voorafgaand bericht - niet zijn verschenen en waar het Uwv zich heeft doen vertegenwoordigen door E.J.S. van Daatselaar, H.A.M. Hulshof, W.C. Otto en D. Vermeulen.
II. OVERWEGINGEN
Nu het Uwv met zijn brief van 10 januari 2007 heeft aangegeven het bestreden besluit in te trekken omdat dit onzorgvuldig is voorbereid en dat het Uwv nog enige tijd nodig heeft om een nieuwe beslissing op bezwaar te nemen, ziet de Raad aanleiding om de aangevallen uitspraak en het bestreden besluit te vernietigen.
De Raad acht termen aanwezig om op grond van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht het Uwv te veroordelen in de proceskosten van appellante in beroep en in hoger beroep. Deze kosten worden begroot op € 322,-- voor verleende rechtsbijstand in eerste aanleg en op € 322,-- voor verleende rechtsbijstand in hoger beroep, in totaal
€ 644,--.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Vernietigt de aangevallen uitspraak;
Verklaart het beroep tegen het bestreden besluit gegrond en vernietigt dat besluit;
Bepaalt dat de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen een nieuw besluit op bezwaar neemt;
Veroordeelt de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen in de proceskosten van appellante in eerste aanleg en in hoger beroep tot een bedrag groot € 644,--, te betalen door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen aan de griffier van de Raad;
Bepaalt dat het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen aan appellante het betaalde griffierecht van € 140,-- vergoedt.
Deze uitspraak is gedaan door D.J. van der Vos als voorzitter en J.W. Schuttel en
R.C. Stam als leden. De beslissing is, in tegenwoordigheid van J.E.M.J. Hetharie als griffier, uitgesproken in het openbaar op 23 februari 2007.
(get.) D.J. van der Vos.
(get.) J.E.M.J. Hetharie.
BKH 050207