ECLI:NL:CRVB:2007:AZ9856
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verlaging arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van WAO na 1 augustus 1993 geldend criterium
Appellant ging in hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam die het beroep ongegrond verklaarde tegen de verlaging van zijn WAO-uitkering. De rechtbank had geoordeeld dat de verzekeringsarts en bezwaarverzekeringsarts een zorgvuldige en gemotiveerde medische beoordeling hadden verricht, waarbij rekening was gehouden met alle relevante klachten en beperkingen van appellant.
De medische rapporten, waaronder die van de zenuwarts, huisarts en longarts, ondersteunden het oordeel dat appellant duurzaam benutbare mogelijkheden heeft en dat de beperkingen niet waren onderschat. Ook het arbeidskundige aspect van de beoordeling werd door de rechtbank als goed onderbouwd beschouwd.
Appellant stelde dat het arbeidsongeschiktheidscriterium van vóór 1 augustus 1993 moest worden toegepast, maar de Raad oordeelde dat vanwege zijn leeftijd op die datum het na 1 augustus 1993 geldende criterium van toepassing is. De Raad kon zich verenigen met de overwegingen van de rechtbank en wees het hoger beroep af.
De uitspraak bevestigt dat het Uwv niet verplicht is aanvullende informatie bij de fysiotherapeut te vragen indien de bestaande medische en arbeidskundige gegevens voldoende zijn. De Raad zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de verlaging van de WAO-uitkering van appellant op basis van het na 1 augustus 1993 geldende arbeidsongeschiktheidscriterium.