ECLI:NL:CRVB:2007:AZ9964
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. Bolt
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verschoonbaarheid termijnoverschrijding bij bezwaar tegen bestuursbesluit
In deze zaak stond de vraag centraal of de overschrijding van de bezwaartermijn door betrokkene verschoonbaar was. Betrokkene had bezwaar gemaakt tegen een besluit van 2 februari 2005, maar het bezwaarschrift was gedateerd op 17 maart 2005, één dag na het verstrijken van de termijn van zes weken die op grond van de Algemene wet bestuursrecht geldt.
De rechtbank Breda had het bezwaar gegrond verklaard omdat niet kon worden vastgesteld dat het besluit daadwerkelijk op 2 februari 2005 was verzonden, waardoor de termijn pas op 4 februari 2005 zou zijn aangevangen. De Centrale Raad van Beroep stelde echter vast dat het besluit wel degelijk op 2 februari 2005 was verzonden, ook al ontbrak een expliciete bewijslevering van de feitelijke postverzending.
De Raad benadrukte dat de wettelijke termijn begint te lopen op de dag na verzending van het besluit, ongeacht de dag van ontvangst door betrokkene. Omdat het bezwaarschrift op 17 maart 2005 was ingediend, was de termijn overschreden. Aangezien betrokkene geen omstandigheden had aangevoerd die de termijnoverschrijding verschoonbaar maakten, verklaarde de Raad het bezwaar terecht niet-ontvankelijk.
Hiermee vernietigde de Raad het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep ongegrond. De uitspraak bevestigt de strikte toepassing van de bezwaartermijn en het belang van tijdige indiening van bezwaarschriften.
Uitkomst: Het bezwaar is niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de bezwaartermijn zonder verschoonbare omstandigheden.