ECLI:NL:CRVB:2007:AZ9971

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
28 februari 2007
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
06-95 AAWAO
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Verzet
Rechters
  • Ch. van Voorst
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 21 BeroepswetArt. 8:54 AwbArt. 8:55 AwbArt. 6:7 AwbArt. 6:8 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid verzet wegens overschrijding termijn bij herzieningsverzoek sociale zekerheidsuitspraak

Verzoeker heeft bij de Centrale Raad van Beroep een verzoek tot herziening ingediend van een eerdere uitspraak van 7 oktober 2005. Dit verzoek werd op 21 april 2006 niet-ontvankelijk verklaard. Vervolgens heeft verzoeker op 24 november 2006 verzet ingesteld tegen deze beslissing.

De Raad beoordeelt of het verzet ontvankelijk is. Volgens de toepasselijke wettelijke bepalingen bedraagt de termijn voor het indienen van verzet zes weken, ingaande de dag na verzending van de uitspraak. De uitspraak is op 25 april 2006 verzonden, waardoor de termijn liep tot en met 6 juni 2006.

Het verzet is echter pas op 5 december 2006 ontvangen, ruim na het verstrijken van de termijn. Verzoeker heeft geen redenen aangevoerd die de termijnoverschrijding kunnen rechtvaardigen. Daarom verklaart de Raad het verzet niet-ontvankelijk. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: Het verzet wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de termijn zonder verschoonbare redenen.

Uitspraak

06/95 AAWAO
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
met toepassing van artikel 21 van Pro de Beroepswet in samenhang met artikel 8:55 van Pro de Algemene wet bestuursrecht in verband met het verzoek om herziening van:
[verzoeker] (Marokko) (hierna: verzoeker),
van de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 7 oktober 2005, 04/2530,
in het geding tussen:
verzoeker
en
de Raad van Bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen.
Datum uitspraak: 28 februari 2007
I. PROCESVERLOOP
Bij uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet van 21 april 2006 heeft de Raad het door verzoeker gedane verzoek om herziening van de uitspraak van 7 oktober 2005 niet-ontvankelijk verklaard.
Tegen de uitspraak van de Raad van 21 april 2006 heeft verzoeker bij brief van 24 november 2006 verzet gedaan.
Gelet op het hierna onder II overwogene heeft de Raad het niet nodig geacht verzoeker over het verzet te horen.
II. OVERWEGINGEN
De Raad dient in de eerste plaats te beoordelen of verzoeker ontvankelijk is in zijn verzet.
Ingevolge de op grond van artikel 8:55, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) van overeenkomstige toepassing verklaarde artikelen 6:7, 6:8, 6:9 en 6:11 van de Awb geldt het volgende.
De termijn voor het indienen van een verzetschrift bedraagt zes weken. Deze termijn gaat in op de dag na die waarop de uitspraak door middel van toezending aan belanghebbende is bekendgemaakt.
Een verzetschrift is tijdig ingediend als het voor het einde van de termijn is ontvangen.
De uitspraak van de Raad is op 25 april 2006 aan partijen verzonden, waardoor de termijn voor het instellen van verzet liep van 26 april 2006 tot en met 6 juni 2006. Het verzetschrift is op 5 december 2006 ter griffie van de Raad ontvangen, waardoor voormelde termijn is overschreden.
Door verzoeker is in verzet niets aangevoerd dat aanleiding zou kunnen vormen de termijnoverschrijding verschoonbaar te achten.
Gelet op het voorgaande dient het verzet niet-ontvankelijk te worden verklaard.
Voor een proceskostenveroordeling ziet de Raad geen aanleiding.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Verklaart het verzet niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door Ch. van Voorst. De beslissing is, in tegenwoordigheid van A.J.T.M. Bruijnis-Vermeulen als griffier, uitgesproken in het openbaar op 28 februari 2007.
(get.) Ch. van Voorst.
(get.) A.J.T.M. Bruijnis-Vermeulen.